03/02/2020
ECLI:NL:RBAMS:2014:6118, Rechtbank Amsterdam, C/13/569654 / KG ZA 14-960
4.8. Ter terechtzitting is gebleken dat Google Inc naar aanleiding van het op 14 juni 2014 en 24 juli 2014 gedane
verzoek van (de advocaat van) eiser over te gaan tot verwijdering van de 2.5 vermelde URL’s (a) tot en met (h)
de URL’s onder (a), (b) en (e) heeft verwijderd. Eiser heeft thans derhalve geen belang meer bij zijn vordering
tot verwijdering van deze URL’s over te gaan. Op de zitting heeft eiser echter naar voren gebracht dat in de
vordering tevens moet worden gelezen dat na verwijdering van de zoekresultaten deze zoekresultaten
verwijderd moeten blijven. Niet gebleken is echter van enige (concrete) dreiging dat de zoekresultaten die door
Google Inc thans zijn verwijderd weer getoond zullen worden.
4.9. De URL’s (c), (d) en (f) verwijzen naar websites waarop informatie staat over het boek “[titel]” van [auteur].
Eiser heeft met betrekking tot deze URL’s zijn verwijderingsverzoek in de dagvaarding onderbouwd met de
stelling dat deze zoekresultaten verouderd zijn omdat zijn (volledige) naam op Amazon.com, Abebooks.com en
Google Books niet meer voorkomt en het boek inmiddels uit de handel is genomen. Google Inc heeft dit
gemotiveerd weersproken.
Voor wat betreft de stelling dat de naam van eiser op voornoemde sites niet meer voorkomt is aangaande
Amazon.com en Abebooks.com (c) en (f) ter zitting door eiser erkend dat van een verwijdering van zijn
(volledige) naam op deze sites geen sprake is. Voor wat betreft de URL (d), die verwijst naar Google Books,
geldt dat het feit dat de volledige naam van eiser bij Google Books niet (meer) vermeld staat niet zonder meer
betekent dat daarmee de verwijzing verouderd is. Verwezen wordt immers naar een boek waarin een personage
met de naam van eiser voorkomt. Voorts heeft Google Inc voldoende aannemelijk gemaakt dat de verwijzingen
naar voornoemde sites nog steeds actueel zijn. Het boek, dat (mede) is geënt op feiten waarvoor eiser in 2012
is veroordeeld, is immers in 2013 uitgebracht en, gelet op de door Google Inc in het geding gebrachte stukken,
kan er voorshands van worden uitgegaan dat het boek thans nog steeds verkrijgbaar is.
4.10. Voorts dient bij de beoordeling van de vorderingen tot verwijdering van eiser onwelgevallige zoekresultaten
voorop te worden gesteld dat in dit kort geding ervan dient te worden uitgegaan dat eiser in 2012 is
veroordeeld voor poging tot uitlokking van een huurmoord. Dat eiser tegen dat vonnis hoger beroep heeft
ingesteld, doet daaraan niet af. Eiser heeft tegen het veroordelend vonnis overigens ook niets ingebracht in dit
kort geding.
4.11. Aangenomen moet dus worden dat eiser recentelijk een ernstig strafbaar feit heeft gepleegd. Dat heeft tot
veel publiciteit aanleiding gegeven, onder meer een televisie-uitzending, diverse perspublicaties en een op de
gebeurtenissen gebaseerd, deels fictief, boek. Thans heeft eiser de gevolgen van zijn eigen handelen te dragen.
Het plegen van een misdrijf heeft nu eenmaal tot gevolg dat men op zeer negatieve wijze in het nieuws kan
komen en dit laat ook op het internet – mogelijk zelfs zeer langdurig – zijn sporen na. Het Costeja-arrest
beoogt personen niet te beschermen tegen alle negatieve berichten op internet, maar alleen tegen het
langdurig ‘achtervolgd worden’ door berichten die ‘irrelevant’, ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zijn.
De veroordeling voor een ernstig misdrijf zoals het onderhavige en de negatieve publiciteit als gevolg daarvan
zijn in het algemeen blijvend relevante informatie over een persoon. De negatieve kwalificaties die daarbij
kunnen voorkomen zullen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zijn.
Gedacht zou kunnen worden aan de situatie dat het gepleegde feit zonder duidelijke aanleiding opnieuw aan de
orde wordt gesteld met kennelijk geen ander doel dan de betrokkene te schaden of de situatie dat niet zozeer
van zakelijke berichtgeving sprake is, maar van een ‘scheldpartij’. Ten aanzien van de zoekresultaten die eiser
verwijderd wil zien is in de dagvaarding in het geheel niet onderbouwd (behalve met de in 4.9 reeds weerlegde
argumenten) waarom deze ‘irrelevant’, dan wel ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zouden zijn.
4.12. Bij de vraag of de zoekresultaten irrelevant zijn, moet bovendien worden bedacht dat de zoekterm, bestaande
uit de naam van eiser niet samenvalt met de persoon van eiser. Meerdere mensen kunnen dezelfde naam
dragen en in dit geval wordt de naam van eiser ook door een personage in een boek gedragen. Dat personage
is weliswaar geënt op de persoon van eiser, maar valt daarmee nog niet samen met de persoon van eiser. Het
boek wordt gepresenteerd als een combinatie van fictie en werkelijkheid. Dit maakt naar het oordeel van de
voorzieningenrechter dat de verwijzing naar het boek mogelijk irrelevant is ten opzichte van de persoon van
eiser maar niet ten opzichte van de zoekterm die, als gesteld, niet samenvalt met de persoon van eiser.
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:6118
7/10
Seleccionar párrafo de destino3
Conectar a un párrafo
Connect to an entity
Disable highlights
Añadir a la tabla de contenidos