03/02/2020
ECLI:NL:RBAMS:2014:6118, Rechtbank Amsterdam, C/13/569654 / KG ZA 14-960
4.3. Wat betreft de inhoudelijke beoordeling wordt het volgende vooropgesteld.
De vorderingen van eiser hebben, kort gezegd, betrekking op de (werkwijze van) zoekdienst Google Search.
Gedaagden hebben gesteld dat Google Inc de entiteit is die Google Search ontwikkelt, realiseert en aanbiedt en
alle beslissingen neemt ten aanzien van informatie, inclusief persoonsgegevens. Google Netherlands is volgens
hen in het geheel niet betrokken bij de realisatie en het aanbieden van Google Search en kan dan ook niet
worden aangemerkt als verantwoordelijke in de zin van de Wbp. Dat Google Inc en niet Google Netherlands als
verantwoordelijke in de zin van de Wbp moet worden aangemerkt volgt volgens gedaagden ook uit het Costejaarrest.
4.4. Nu eiser tegen hetgeen gedaagden over de betrokkenheid van Google Netherlands naar voren heeft gebracht
geen dan wel onvoldoende verweer heeft gevoerd, worden de vorderingen jegens Google Netherlands reeds op
die grond afgewezen.
Google Inc
4.5. Ten aanzien van de vorderingen jegens Google Inc wordt allereerst overwogen dat terughoudendheid is
geboden bij het opleggen van beperkingen aan de werking van een zoekmachine als Google Search.
Zoekmachines als Google Search vervullen immers een belangrijke maatschappelijke functie. Het internet bevat
een onmetelijke hoeveelheid informatiebronnen, waaronder een onvoorstelbaar groot aantal websites. De
inhoud van het internet verandert bovendien per seconde. Zoekmachines helpen de internetgebruiker in deze
oceaan van informatie bij het zoeken naar de informatie waarnaar hij/zij op zoek is. Verder is van belang dat
zoekmachines zonder menselijke tussenkomst functioneren, in die zin dat de zoekresultaten via een
geautomatiseerd systeem volgen op door de internetgebruiker ingevoerde zoektermen. De functie van
catalogus, die de zoekmachine in feite is, zou ernstig worden belemmerd indien strenge beperkingen aan de
werking ervan zou worden opgelegd en daarmee zou de zoekmachine aan geloofwaardigheid inboeten.
4.6. Voor wat betreft de vorderingen die betrekking hebben op het onderdrukken van zoekresultaten (vorderingen
onder I, II en V) geldt dat de wijze waarop Google Inc bij het aanbieden van haar zoekmachine
persoonsgegevens verwerkt gerechtvaardigd is op grond van de in artikel 8 sub f Wbp genoemde
verwerkingsgrond, dat de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde
belang van haarzelf en dat van de gebruikers voor wie zij de gegevens ontsluit en de partijen van wie zij de
gegevens ontsluit. Dit is immers in het Costeja-arrest bevestigd en wordt ook niet betwist door eiser.
4.7. Dat neemt echter niet weg dat een betrokkene (hier: eiser) op grond van artikel 36 en 40 Wbp de voor de
verwerking verantwoordelijke instantie (hier: Google Inc) kan verzoeken bepaalde gegevens niet langer te
verwerken dan wel te verwijderen, waarbij voor de uitleg en toepassing van artikel 36 en 40 Wbp aansluiting
moet worden gezocht bij de Privacyrichtlijn en het Costeja-arrest.
Voor beantwoording van de vraag of Google Inc op grond van artikel 36 Wbp moet overgaan tot het
verwijderen van URL’s die volgen op het invoeren van de naam van eiser in Google Search is ingevolge het
Costeja-arrest van belang of de verkregen informatie, gelet op het geheel van de omstandigheden van het
geval, ontoereikend, niet of niet meer ter zake dienend (irrelevant) of bovenmatig is ten aanzien van het doel
van de betrokken verwerking door Google Inc. Voor de vraag of eiser terecht een beroep doet op artikel 40
Wbp dient ingevolge het Costeja-arrest te worden nagegaan of zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen die
verband houden met de bijzondere situatie van eiser zich ertegen verzetten dat hem betreffende gegevens het
voorwerp van een verwerking vormen.
Bij de toepassing van beide bepalingen is van belang dat twee fundamentele rechten in het geding zijn, te
weten het recht op privacy van eiser (artikel 8 EVRM) en het recht op informatievrijheid van Google Inc (artikel
10 EVRM en artikel 7 Grondwet), terwijl ook de belangen van de internetgebruikers, webmasters en aanbieders
van informatie op het internet in het oog gehouden moeten worden.
Vordering I
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:6118
6/10
Seleccionar párrafo de destino3
Conectar a un párrafo
Connect to an entity
Disable highlights
Añadir a la tabla de contenidos