3/8/23, 13:29
ECLI:NL:RBAMS:2020:4966, Rechtbank Amsterdam, C/13/689184 / KG ZA 20-783
horizontale werking van grondrechten in binnen- en buitenland en mede het belang onderstrepen van het door
hen verrichte onderzoek.7 Dezelfde auteurs komen zelf echter tot de conclusie dat van directe horizontale
werking van het recht op vrijheid van meningsuiting geen sprake kan zijn:
“Gelijk als bij de vrijheid van godsdienst moet ook hier echter reeds worden vastgesteld dat een directe
horizontale werking te ver gaat, omdat de beperkingsclausule oorspronkelijk niet geschreven is om van
toepassing te zijn op horizontale verhoudingen waarbinnen de vrijheid van meningsuiting een rol speelt. En
ook ten aanzien van dit grondrecht moet worden aangenomen dat de directe werking te weinig oog heeft voor
de variëteit aan rechtswerking die de horizontale werking in de rechtspraktijk redelijkerwijs kan en zou moeten
hebben.” 8
4.18. Uit deze publicatie blijkt, anders dan in de dagvaarding wordt gesteld, voorshands niet van het bestaan van
een breed draagvlak voor het toekennen van directe horizontale werking aan grondrechten in relaties waarbij
machtige private partijen zoals Facebook betrokken zijn.
4.19. Het komt erop neer dat het recht op vrijheid van meningsuiting private partijen niet rechtstreeks verplicht
om te garanderen dat dit recht kan worden uitgeoefend. Het recht op vrijheid van meningsuiting gaat blijkens
rechtspraak van het EHRM in ieder geval niet zo ver dat een private partij kan worden verplicht een andere
private partij toe te staan zijn mening te ventileren met gebruikmaking van eigendommen van de eerste partij.
In de woorden van het EHRM:9
“That provision (artikel 10 EVRM, vzr.), notwithstanding the acknowledged importance of freedom of
expression, does not bestow any freedom of forum for the exercise of that right. While it is true that
demographic, social, economic and technological developments are changing the ways in which people move
around and come into contact with each other, the Court is not persuaded that this requires the automatic
creation of rights of entry to private property, or even, necessarily, to all publicly owned property (government
offices and ministries, for instance). Where, however, the bar on access to property has the effect of
preventing any effective exercise of freedom of expression or it can be said that the essence of the right has
been destroyed, the Court would not exclude that a positive obligation could arise for the State to protect the
enjoyment of the Convention rights by regulating property rights.”
4.20. Het recht van een ieder op vrijheid van meningsuiting impliceert dus niet tevens een recht op het forum van
zijn of haar keuze. Begrijpelijk is dat [eiser sub 3] een voorkeur voor Facebook heeft vanwege haar enorme
bereik. Die enkele omstandigheid is echter onvoldoende om Facebook zonder wettelijke basis te verplichten om
iedere uitlating van gebruikers zoals [eiser sub 3] op haar platform te dulden. Uit literatuur en jurisprudentie
volgt dat, indien de uitingsvrijheid zodanig wordt belemmerd dat enige effectieve uitoefening van dat
grondrecht onmogelijk is, het aan de staat is om in te grijpen en te waarborgen dat het recht op vrije
meningsuiting kan worden uitgeoefend. In dit kort geding ligt niet voor of sprake is van een dergelijke situatie
die overheidsingrijpen vereist. Volledigheidshalve wordt echter overwogen dat voorshands niet aannemelijk is
dat dat het geval is. [eiser sub 3] kan langs andere wegen zijn standpunten onder de aandacht van het grote
publiek brengen, bijvoorbeeld door de pers te benaderen of een eigen website op te zetten. Dat die niet het
bereik van Facebook zal hebben, is niet doorslaggevend, gezien de hoge lat die het EHRM hanteert voor het
overheidsingrijpen (namelijk als de belemmeringen “any effective excercise” onmogelijk maken, of als “the
essence of the right has been destroyed”). Dat is hier niet aan de orde.10
Indirecte horizontale werking
4.21. De bepalingen uit het EVRM kunnen wel op indirecte wijze doorwerken in privaatrechtelijke verhoudingen,
bijvoorbeeld door de invulling van privaatrechtelijke open normen. Naar Nederlands recht (dat op de
verhouding Facebook- [eiser sub 3] van toepassing is) is Facebook verplicht bij de uitvoering van de
overeenkomsten te handelen overeenkomstig de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Die norm kan
mede worden ingekleurd door het bepaalde in artikel 10 EVRM en de overige grondrechtelijke bepalingen
waarop de vordering is gebaseerd.11 Datzelfde geldt voor de open norm in artikel 6:162 BW (onrechtmatige
daad): hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
4.22. Het recht op vrijheid van meningsuiting is niet onbeperkt. In artikel 10 lid 2 EVRM is die beperking als volgt
geformuleerd:
https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4966
8/11
Sélectionner le paragraphe cible3
Se connecter à un paragraphe
Connect to an entity
Disable highlights
Ajouter à la table des matières