3/8/23, 13:29 ECLI:NL:RBAMS:2020:4966, Rechtbank Amsterdam, C/13/689184 / KG ZA 20-783 (EVRM) en andere verdragen waarin die rechten zijn verankerd, geen directe verplichtingen opleggen aan private partijen zoals Facebook. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling Wat is er verwijderd? 4.1. In de aanloop naar de zitting heeft Facebook Smart Exit c.s. gevraagd om de URLs of andere identificerende informatie van de pagina’s die Facebook zou hebben verwijderd, die zij stelde nodig te hebben om te kunnen bepalen om welke content het gaat. Pas als dat duidelijk is, kan zij reageren op de reden van de verwijdering, aldus Facebook. Smart Exit c.s. wilden die gegevens alleen onder voorwaarden aan Facebook vertrekken. Op een voorstel van Facebook tot verplaatsing van de zitting ter voorkoming van tijdsnood zijn Smart Exit c.s. niet ingegaan. Uiteindelijk hebben Smart Exit c.s. zich op 30 september 2020, een week voor de zitting, bereid verklaard de gegevens aan Facebook te verstrekken, als Facebook binnen 24 uur na verzending zou laten weten welke content was verwijderd en waarom. Die termijn vond Facebook te kort. Zij heeft wel gezocht in haar systemen naar de gegevens waarom het mogelijk te doen is, en een aantal prints in het geding gebracht van content waarom het mogelijk te doen is. 4.2. Ook op de zitting is niet duidelijk(er) geworden op welke content de vorderingen van Smart Exit c.s. precies zien. In de dagvaarding wordt terugplaatsing van twee pagina’s gevorderd, te weten de pagina’s “Nee tegen 1.5 meter” en “Viruswaanzin”. In een door Smart Exit c.s. overgelegde volmacht en in de pleitnota van hun advocaat wordt echter gesproken over een groep, met ook een iets andere naam, te weten: “Zeg nee tegen 1.5 meter”. In de pleitnota wordt ook niet langer gesproken over de pagina “viruswaanzin”, maar van het profiel “morryviruswaanzin”. Facebook heeft vijf profielen gevonden die op naam van [eiser sub 3] lijken te staan, waaronder een profiel met de hiervoor genoemde naam “morryviruswaanzin”. Een van deze vijf profielen is volgens Facebook tijdelijk ontoegankelijk geweest, van 5 juli tot 20 september 2020, om een andere reden dan schending van het COVID-19 beleid. De verwijdering heeft volgens Facebook plaatsgevonden omdat een geautomatiseerd systeem ‘abnormale activiteit’ op het account had gedetecteerd. Na onderzoek is het account volgens Facebook weer geactiveerd. [eiser sub 3] betwist dat. Verder heeft Facebook een groep kunnen vinden met de naam “Nee tegen 1,5 meter”. Deze groep heeft Facebook op 6 augustus 2020 verwijderd omdat deze het COVID-19 beleid overtrad. Op de zitting heeft [bestuurder 1] (bestuurder van Smart Exit) verklaard dat dit ‘zijn’ groep was. 4.3. Hoewel in dit kort geding niet kan worden vastgesteld op welke profielen, groepen of pagina’s de vorderingen precies zien, is wel duidelijk dat Smart Exit c.s. stellen dat deze profielen, groepen en/of pagina’s content bevatten die – volgens Facebook – in strijd was met het COVID-19 beleid van Facebook en om die reden zijn verwijderd. Die stelling kan – in algemene zin – in dit kort geding wel worden beoordeeld. Rechtsmacht – forumkeuze? 4.4. Ten aanzien van Facebook Ierland kan de rechtsmacht worden gebaseerd op artikel 7 aanhef en lid 2 van de Brussel I bis-verordening, welke bepaling in geval van verbintenissen uit onrechtmatige daad als bevoegde rechter aanwijst het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen. Dat kan zowel de plaats zijn waar de onrechtmatige handeling is uitgevoerd als, zoals hier het geval is, de plaats waar daardoor schade wordt ondervonden. Smart Exit c.s. stellen immers dat haar in Nederland de mond wordt gesnoerd door Facebook. Ook als wordt uitgegaan van de grondslag wanprestatie is de Nederlandse rechter bevoegd. In dat geval moet immers conform artikel 7 lid 1 van de Brussel I bisverordening worden geoordeeld dat Nederland de plaats is waar de diensten door Facebook Ierland (ten aanzien van Smart Exit c.s.) hoofdzakelijk worden verricht, als de plaats waar de daadwerkelijke uitvoering van de overeenkomst plaatsvindt. Het gaat immers om (de verwijdering door Facebook van) pagina’s, groepen of accounts die Nederlandstalige content hadden. Behandeling van de zaak door de Nederlandse rechter vergemakkelijkt om die reden een goede rechtsbedeling. Voor Facebook is voorzienbaar dat zij wordt opgeroepen voor de gerechten van alle landen waarin zij actief is, gelet op haar missie om alle wereldburgers het mogelijk te maken met elkaar in contact te treden. https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4966 5/11

Select target paragraph3

Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents