3/8/23, 13:29
ECLI:NL:RBAMS:2020:4966, Rechtbank Amsterdam, C/13/689184 / KG ZA 20-783
4.5. Facebook stelt dat op grond van het forumkeuzebeding in artikel 4.4 van de Servicevoorwaarden (zie hiervoor
onder 2.4) de rechter in Ierland bevoegd is. Volgens Facebook zijn Smart Exit c.s. niet aan te merken als
consumenten.
4.6. In de dagvaarding is gesteld dat Smart Exit en [eiser sub 3] de contractanten van Facebook zijn en dat
Viruswaarheid berichten plaatste op de pagina van [eiser sub 3] , die bij die stichting betrokken is. Op de
zitting hebben Smart Exit c.s. hun stellingen echter ten dele gewijzigd. Zij stellen nu dat [bestuurder 1] , de
bestuurder van Smart Exit, een privé account had, waarop hij in april 2020 een Facebookgroep heeft
aangemaakt met als naam “Zeg Nee tegen 1,5 meter”, van welke groep Smart Exit gebruik maakte. Smart Exit
c.s. stellen thans derhalve dat [bestuurder 1] en [eiser sub 3] – consumenten – de contractanten van
Facebook zijn. Anders dan Facebook meent, is er geen reden om aan te nemen dat Smart Exit c.s. hun
stellingen alleen hebben gewijzigd om bevoegdheid van de Nederlandse rechter te creëren. Smart Exit is pas
opgericht op 18 mei 2020, dus nadat de groep was aangemaakt. Goed voorstelbaar is dat het zo is ‘gegroeid’
als Smart Exit c.s. stellen, en dat dit in de dagvaarding niet goed stond vermeld. Voorshands wordt er daarom
van uitgegaan dat [bestuurder 1] en [eiser sub 3] de contractspartijen van Facebook zijn.
4.7. [bestuurder 1] en [eiser sub 3] hebben de accounts niet aangemaakt als bestuurders van de stichtingen en zij
worden dan ook als consumenten aangemerkt. De bevoegdheid om kennis te nemen van de vordering van
[eiser sub 3] kan aldus worden gebaseerd op artikel 4.4 van de Servicevoorwaarden. [bestuurder 1] is geen
partij in dit kort geding.
Belang
4.8. Omdat [bestuurder 1] geen partij is, kunnen mogelijke vorderingen van hem in dit kort geding niet worden
beoordeeld. Nu Smart Exit en Viruswaarheid inmiddels zelf stellen dat de beide stichtingen geen account op
Facebook hebben, hebben de stichtingen geen (eigen) belang bij de door hen ingestelde vorderingen. Smart
Exit stelt dat zij in haar belangen is geschaad omdat het haar achterban (door haar ‘leden’ genoemd) is van
wie de mond wordt gesnoerd, waardoor Facebook ook onrechtmatig jegens Smart Exit heeft gehandeld. Dit
gaat niet op. Smart Exit kan in deze procedure niet op deze manier – zoals zij beoogt – opkomen voor de
belangen van haar achterban. Dat zou misschien mogelijk zijn als zij op de voet van artikel 3:305a BW een
collectieve actie had gestart, maar dat is niet aan de orde. Ditzelfde geldt mutatis mutandis voor Viruswaarheid
(die kennelijk gebruik zou maken van een Facebook pagina van [eiser sub 3] , zoals ter zitting is betoogd).
Vanwege het ontbreken van enig (eigen) belang zullen de door de stichtingen gevraagde voorzieningen worden
geweigerd. In het navolgende gaat het dus alleen nog om de vordering van [eiser sub 3] .
De rol van Facebook Nederland
4.9. De vraag wie verantwoordelijk is voor het verwijderen van de pagina of het profiel van [eiser sub 3] , laat zich
beantwoorden aan de hand van de Servicevoorwaarden. Die vormen immers de overeenkomst van
dienstverlening. In de Servicevoorwaarden staat Facebook Ierland genoemd als de dienstverlener. Daarmee
strookt de verklaring van de bestuurder van Facebook Nederland, dat voor Nederlandse gebruikers de diensten
worden verleend door Facebook Ierland en dat Facebook Nederland niet aan de vordering zou kunnen voldoen
omdat zij zich niet met de inhoud (content) van het platform bezighoudt. Voorshands valt niet in te zien dat in
dit verband de locatie van de hosting servers van belang is, anders dan [eiser sub 3] meent. Facebook
Nederland is ten onrechte gedagvaard en de tegen haar ingestelde vorderingen zullen dan ook worden
afgewezen. Veel maakt dat niet uit voor [eiser sub 3] , omdat het hem erom te doen is een profiel of content
teruggeplaatst te krijgen. Facebook Ierland betwist niet dat zij dat zou kunnen doen.
Het COVID-19 beleid van Facebook
4.10. In samenwerking met onder andere de WHO en de Europese Commissie werkt Facebook aan het zoveel
mogelijk beperken van de verspreiding van onjuiste informatie over COVID-19 die schade aan haar gebruikers
kan opleveren. Zij verwijdert ‘posts’, pagina’s, groepen of profielen die voldoen aan dat criterium. Daarbij
baseert zij zich op de bevindingen van externe, onafhankelijke fact-checkers (OFC). Zij treft ook wel minder
verstrekkende maatregelen, door bijvoorbeeld een ‘post’ te voorzien van een link naar het desbetreffende
artikel van OFC, of – in geval van herhaaldelijk gecontroleerde en ontkrachte COVID-‘hoaxes’ – een bericht dat
https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4966
6/11
Select target paragraph3
Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents